NB: dit hoofdstuk staat niet zozeer in het teken van politieke stromingen, maar bevat actuele informatie over politieke ontwikkelingen in de laatste decennia. Het is dan ook leesstof en wordt bijgevolg niet bevraagd in de eindtoets.
Begin jaren 90 kwam er een eind aan de jarenlange suprematie van de christendemocraten in de Nederlandse politiek met het derde kabinet – Lubbers (1989 - 2004). Dit kabinet werd gekenmerkt door bezuinigingen en korting op sociale voorzieningen. Er kwam een einde aan het kabinet als gevolg van het verloop van de reguliere parlementaire periode. Ruud Lubbers was de langst zittende premier sedert de Tweede Wereldoorlog. De verkiezingen werden gewonnen door de PvdA, die samen met de VVD en D66 het kabinet ging vormen. Wim Kok werd premier; als vice-premiers traden aan: voor de VVD Hans Dijkstal en voor D66 (de grote winnaar van deze verkiezingen) Hans van Mierlo.
De nu volgende twee kabinetten – Kok staan bekend als Paars: samenvloeiing van de kleuren rood en blauw van respectievelijk de PvdA en de VVD. De kiem voor dit samengaan was jarenlang voorbereid door een links/rechtse informele denktank, die bekend stond als het Des-Indesberaad, genoemd naar het Haagse hotel van die naam. Deze bijeenkomsten waren georganiseerd door de JOVD met enkele vooraanstaande leden van de VVD, PvdA en D66. Het doel van het beraad was om de mogelijkheden te verkennen voor een regeringscoalitie zonder confessionelen. Deze wens was ontstaan doordat alle coalities voorheen een christelijke partij in de geledingen hadden die het niet mogelijk maakte om thema’s als gelijke behandeling van homo’s, abortus en euthanasie bespreekbaar te maken op regeringsniveau.
Een korte schets van de regeerperiode onder Paars I.
Het eerste kabinet werd direct bij aantreden geconfronteerd met een uit de hand gelopen asielbeleid. In het jaar 1994 kwamen 50.000 asielzoekers naar Nederland, wat tot chaotische taferelen in de opvang leidde. Inderhaast opgezette tentenkampen in Ermelo boden in een regenachtige zomer een desolate aanblik.
Een ander hot issue van het kabinet was de inzet van Nederlandse troepen in VN-verband in Bosnië. Het kabinet had deze uitzending geërfd van zijn voorganger, die Nederlandse militairen met lichte bewapening en met vage toezeggingen over luchtsteun ter beschikking van de VN had gesteld. Dutchbat bewaakte de ‘safe area’ Srebrenica. De val van deze enclave en de massamoord op de moslims zouden nog lang naijlen in de Nederlandse politiek.
Ook de Betuweroute was geërfd van het vorige kabinet. De VVD had zich als oppositiepartij zo fel verzet tegen het plan, dat minister Jorritsma de plooien moest gladstrijken met veel peperdure tunnels en andere kunstwerken.
In 1995 besloot het kabinet tot verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. Het bedrijf verloor eigendom en beheer van de railinfrastructuur en het alleenrecht op vervoersdiensten per spoor. De railinfrastructuur werd overgeheveld naar het staatsbedrijf ProRail. Het goederenvervoer werd gegund aan buitenlandse concurrenten van de NS. Maar tot concurrentie in het personenvervoer kwam het niet. Een ‘badlijntje’ van Amsterdam naar Ijmuiden, geëxploiteerd door de rondvaartmaatschappij Lovers BV, werd een fiasco.
Een typisch ‘paars’ onderwerp was Euthanasie. In Lubbers III was een moeizaam compromis bereikt waarin de strafbaarheid werd gehandhaafd, maar van vervolging werd afgezien wanneer een arts zich hield aan een aantal regels. Els Borst kwam met een wet waarin strafbaarheid voor de arts verviel mits … Geen grote verandering van de praktijk, maar voor vele buitenlanden een grote schok.
De verkiezingen van 1998 leverden wederom een Paars kabinet op, zij het dat de samenstelling van de Tweede Kamer voor Paars beduidend minder vriendelijk was.
Paars II kan als volgt worden gekenschetst.
Weliswaar verloor D66, de initiatiefnemer van ‘paars’, maar PvdA en VVD wonnen voldoende om, desnoods zonder de Democraten, samen verder te gaan. De oppositie van het CDA had kennelijk niet overtuigd.
Maar van meet af aan liep de samenwerking in het 2de kabinet-Kok veel stroever dan in het 1e kabinet van paars. Wel regeerde Kok II onder een gelukkig gesternte: de Nederlandse economie maakte een ongekende bloei door. Het vinden van nieuwe bezuinigingen maakte plaats voor de strijd om de verdeling van de meevallers.
Marktwerking was een belangrijk aspect van de kabinetten-Kok. Tijdens het Kabinet-Kok I waren de Nederlandse Spoorwegen geprivatiseerd, met een beursgang als uiteindelijke doel. Omdat er nog geen concurrentie op het spoor was gekomen zag Kok II af van deze beursgang.
In het kader van verdere marktwerking pakte de regering ook de taxibranche aan. Terwijl voordien alleen met zelfregulering werd gewerkt, werd de vrijheid in de branche aan banden gelegd met de taxiwet uit 2000.
In 2001 werd de nieuwe vreemdelingenwet ingevoerd.
Kabinetscrisis
Referendumcrisis 1999: De Eerste Kamer verwierp op 19 mei 1999 het wetsvoorstel in tweede lezing tot invoering in de Grondwet van de mogelijkheid van een correctief wetgevingsreferendum. Het kabinet bood daarop zijn ontslag aan. De ontslagaanvrage werd ingetrokken op 8 juni 1999.
Reden nieuwe ontslagaanvrage
Het kabinet diende op 16 april 2002 haar ontslag in naar aanleiding van het NIOD-rapport over Srebrenica (Srebrenica-crisis).
Kritiek op Paars
Kritiek op de Paarse kabinetten kwam vooral uit neorechtse hoek met Pim Fortuyn als voorman. Hij stelde in het boek De puinhopen van 8 jaar paars dat Paars schuldig was aan een 8 jaar lang durend wanbeleid in de zorg en andere vitale sectoren in het land. Zijn partij de Lijst Pim Fortuyn wist bij de verkiezingen van 2002 26 zetels te behalen, nadat Fortuyn enkele weken eerder door de dierenactivist Volkert van der Graaf was vermoord.
De verkiezingen van 2002 lieten een herstel zien van het CDA, die – met de buik vol van Paars – toenadering zocht bij gelijkgestemden en die vond de partij van Pim Fortuyn, de LPF, die met 26 zetels in de Kamer kwam en de VVD, die aanvankelijk als verliezende partij in de oppositie wilde gaan, maar zich liet overhalen door de andere twee partijen.
Het kabinet – Balkenende werd gekenmerkt door het zogenaamde normen en waardendebat, zeker na de moorden op Fortuyn en filmmaker Theo van Gogh. Met name de politieke moord op de leider van de Leefbaren vormt een trieste mijlpaal in de Nederlandse naoorlogse politieke geschiedenis en was aanleiding voor een ongemeen fel debat, zodanig dat men in politieke termen wel spreekt over de periode voor en na de dood van Fortuyn.
De catastrofe rond Srebrenica en de moord op Fortuyn hebben ernstige littekens achtergelaten in de recente politieke geschiedenis. Reden om beide gebeurtenissen van een afzonderlijke toelichtende tekstbijdrage te voorzien. De eerste is van de hand van Raymond van den Boogaard met een terugblik op Srebrenica (NRC/m, mei 2005), de tweede uit een publicatie van de Leidse wetenschappers Jouke de Vries en Sebastiaan van der Lubben, Een onderbroken evenwicht in de Nederlandse politiek, van Gennep/Amsterdam, 2005. Deze beide tekstbijdragen zijn als aparte bijlagen bij dit hoofdstuk terug te vinden.
Het eerste kabinet – Balkenende viel na 87 dagen door ruzie binnen de LPF. Bij de daarop volgende verkiezingen werd het CDA net iets groter dan de PvdA van Wouter Bos.
De kabinetsformatie van 2003 begon met een gestrande informatiepoging CDA – PvdA, waarna een kabinet CDA – VVD – D66 uit de bus kwam: Balkenende II.
Nadat in juni 2006 D66 het vertrouwen in het kabinet had opgezegd, boden de D66 – bewindslieden hun ontslag in en werd Balkenende II demissionair. De demissionaire premier werd vervolgens tot formateur benoemd en vormde in juli van dat jaar zijn derde kabinet met als belangrijkste taak nieuwe verkiezingen uit te schrijven.
De verkiezingen van 2006 gaven opvallende verschuivingen te zien, zowel ter linker als ter rechter zijde. Op links was er een ongekende winst van de SP te melden. Diezelfde winst hield deze partij vast bij de daarop volgende verkiezingen voor de Provinciale Staten. Rechts haalde de groep – Wilders uit die bij de verkiezingen meedeed onder de naam Partij voor de Vrijheid. Zij behaalde zeven zetels. Daarenboven was er sprake van een verdubbeling van het zetelaantal van de Christenunie, van drie naar zes.
De PvdA die in de jaren tevoren onder leiding van de politiek opvolger van Wim Kok, Wouter Bos, leek af te stevenen op een zeer goede verkiezingsuitslag, kwam bedrogen uit. ook de VVD verloor: onderling gekrakeel over het partijleiderschap tussen Rutte en Verdonk was daar mede debet aan. Het CDA consolideerde de aanhang, ondanks de winst van de CU.
En Balkenende IV, een coalitie van CDA, PvdA en CU stond in de startblokken. Het kabinet zegt te streven naar een grotere sociale samenhang, veiligheid en respect, innovatie en duurzaamheid en een actieve rol op het internationale en Europese vlak.