Edubuntu kan op twee manieren worden geïnstalleerd: als server en als werkstation. Edubuntu is erop gebouwd dat het functioneert in een netwerk, en dat de leerlingen geen 'volledige' Linux-installatie op hun computer krijgen. In plaats daarvan starten de leerlingencomputers (de werkstations) via het netwerk van de server op. De werkstations krijgen ook een internetverbinding van de server, wat u onder andere in staat stelt om 'ongewenste' websites centraal te blokkeren. Eventueel kunnen zelfs computers zonder enige harde schijf aan boord werken met de server, zolang deze werkstations in staat zijn volledig vanaf de server op te starten. Uiteraard is het ook mogelijk om een werkstation te installeren zonder afhankelijkheid van een server.
Een server heeft minimaal 256MB RAM plus 150MB RAM per aangesloten client nodig. Ook wordt een stevige processor geadviseerd, met een processorsnelheid van minimaal 1GB. De server heeft twee netwerkkaarten nodig: een waarmee het verbonden is met het internet en een die aangesloten is op het lokale netwerk. Er moet minimaal 2.5 GB vrij zijn op de harde schijf van de server.
Een (schijfloos) werkstation moet minimaal een Pentium II zijn met 48MB RAM en een 2MB beeldschermadapter. Bovendien moeten schijfloze werkstations de mogenlijkheid hebben om via het netwerk op te starten. Kan dit niet, dan moet de computer voorzien worden van een schijf met netwerkbootsoftware. Rechtstreeks opstarten vanaf het netwerk, zonder netwerkbootsoftware, geniet echter de voorkeur.
Een werkstation dat zonder server draait moet een processor van minimaal 500 MHz hebben en minimaal 128 MB RAM en 2.1 GB schijfruimte.
Om de installatie te starten voert u de CD-ROM in de computer en start u opnieuw op. Wanneer de computer van de CD-ROM opstart, wordt het onderstaande scherm getoond:
U komt vervolgens in een venster waar u instellingen als taal, netwerkinstellingen en beheerderswachtwoord kunt veranderen. Standaard staat de installatie ingesteld op Engels, dit kunt u wijzigen in Nederlands. De gehele Linux-installatie wordt dan Nederlands.
Voor het IP-adres van de server kiest u bij voorkeur 192.168.0.254, mits dit niet in conflict is met een eventueel bestaand netwerk. Is dit wel het geval, dan kunt u de 0 het beste vervangen door een ander getal, waardoor de reeks niet in conflict raakt met een bestaand netwerk.
Indien u geen gateway en nameserver draait in uw schoolnetwerk, kunt u het IP-adres van uw server opgeven als gateway en nameserver.
Nadat u een root (administrator) account hebt gemaakt en er een wachtwoord aan hebt gehangen, zal de installatie beginnen. U kunt dit in de gaten blijven houden, maar aangezien het bekijken hoe verf droog wordt wellicht nog interessanter is, valt het te adviseren om een kop koffie te gaan drinken of andere nuttigere zaken te gaan doen.
Vergeet niet van de werkstations de instellingen aan te passen zodat ze vanaf de server opstarten. Computers die van zichzelf al op kunnen starten vanaf het netwerk, hoeven alleen zo geconfigureerd te worden dat ze dit ook daadwerkelijk zullen gaan doen. Computers die netwerkbootsoftware nodig hebben, moeten softwarematig worden ingesteld zodat ze opstarten vanaf het IP-adres dat u de server heeft gegeven.